Bloot

Met haviksogen spieden de mensen voor en achter mij om zich heen.
De beide rijen voor de kassa zijn inmiddels echt meterslang en dat kan maar één ding betekenen.  Ik zie de hand van de kassiere naar haar microfoontje reiken, het ‘klaar voor de start’. Om mij heen zetten voeten, jong en oud, zich schrap. Een korte stilte, en dan:
‘Dritte Kasse, bitte’
AF!
Nu geldt het recht van de sterkste. Mensen sprinten van achteruit de rij naar voren of springen over een hekje heen om maar te zorgen dat hùn knolselderij als eerste op die band ligt. Bij onze dorpssupermarkt is het zelfs zo dat mensen vanuit hun rij via de uitgang naar een andere kassa sprinten om gewoon vooraan aan te schuiven. 

Ik heb de strijd in het evangeliseren van kassagedrag inmiddels opgegeven. In Nederland wordt je volgens mij echt gelyncht als je zoiets doet, maar in Duitsland is dit dus overal doodnormaal. Terwijl om mij heen mensen elkaar met preien te lijf gaan om maar de eerste in de rij te kunnen zijn, hou ik mij met iets anders bezig; ik noem het: ‘bandje-loeren’

Er zijn mensen die onze geregelde sauna bezoekjes wat vreemd vinden. Want: super privé, enzo. Maar wat mij betreft ga ja nergens zo met de billen bloot als bij de kassaband van de supermarkt. 
Hier onderscheidt eenzaamheid zich van euforie. De feesters van de diëters. De die-hard vegans van de schijnheiligen zoals ik, met plantaardige yoghurt en melk, maar daarnaast wel eieren en kaas. 
Je hele privé leven ligt tentoongesteld voor wildvreemden op een zwart, bewegend stuk rubber. Want je bent wat je eet. Ik heb dan ook altijd het idee dat ik een beetje stiekem moet gluren. Dat ik niet te erg mag staren. Het voelt toch een beetje alsof je door de vitrage in hun woonkamer tuurt. 

Ik ben best wel sensitief. Ik voel wat andere mensen voelen zo scherp aan dat ik er echt onder kan lijden. Maar weet je, misschien hebben we daar wat meer van nodig in deze wereld. Dus lieve mensen bij de kassa: ik zie je, and I feel you! 
Jij, oudere man, die een paar éénpersoonsmaaltijden en een biertje uit je mandje vist. Jij, jongere, met je camouflagecrème, en een blikje energiedrank om erbij te horen. Jij moeder, die na weer een slapeloze nacht een lege verpakking op de band legt; wat erin zat moet de kassière maar aflezen aan de snoet van je peuter.
Daar in de rij bij de kassa openbaart zich de naakte waarheid van ons bestaan. Onze boodschappen vertellen ons verhaal, en daarna schuiven we ze zo snel mogelijk in een tas. De producten waar we ons voor schamen het eerst. We betalen, opgelucht dat we weldra door de schuifdeuren de anonimiteit van de wereld weer betreden.
Opgelucht, of misschien wel teleurgesteld, omdat onze wereld zo klein is en er niemand op ons wacht. Omdat we zo graag met iemand zouden praten, maar we niet weten hoe. Omdat we eigenlijk dat gesprek juist wel aan zouden willen knopen. 

Lief mens: ik zie je, en ik hoop dat er vandaag iemand die je vertrouwt je zal vragen hoe je je voelt. Hoe het met je gaat. Of je misschien zin hebt om die knolselderij samen op te eten.



Notitie van de schrijver 1: Wist je trouwens dat het in Duitsland ook doodnormaal is om bij een gesloten kassa te gaan staan en te vragen of ie al open gaat?  
Notitie van de schrijver 2: Wegens persoonlijke redenen is de groente in deze blog geanonimiseerd. De knolselderij op de foto betreft niet het onderwerp in dit schrijfstuk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *