Revolutie

‘Ja, als die duif nou even zélf initiatief zou tonen!’ 

Mijn oma roept op serieuze toon door de telefoon.  
Er zit een duif vast op het balkon van haar serviceflat. Een ándere duif dan die van vanochtend, die netjes het vangkooitje met water en voedsel is ingewandeld en naar een beter oord is weggebracht.
Vogels zijn hier pertinent niet welkom, maar blijkbaar hebben ze nu geheel volgens de ’Pluk van de Petteflet’ stijl mijn oma’s balkonnetje uitgeroepen tot een soort Torteltuin, waar stil verzet wordt gepleegd in de vorm van vogelkak.
Een revolutie met kleine, grijze verzetshelden.  

Meneer Stuurman van de serviceflat heeft net aan de telefoon gesuggereerd dat oma, als deze duif niet zelf in het kooitje gaat, ze het dier dan misschien maar even op moet pakken en ín het moet kooitje zetten. 
Wij lachen hardop. Nog niet zo lang geleden hadden we zelf een week een gewonde duif op ons balkon en ik herinner mij nog zeer helder hoe het vangen van dit beest ging. (beeld je in: een scene uit de film ‘Birds’ maar dan met één vogel)
Dat meneer Stuurman aan oma suggereert dat ze het dier, dat al uren náást het kooitje zit, zelf even moet oppakken is een leuke suggestie, ware het niet dat haar rollator niet zo makkelijk op het balkonnetje past.
Oh ja, en ze kan ook niet bukken. Zeker niet om een duif met twee handen op te pakken en in een kooitje te schuiven.

We bespreken wat er nou met gebeuren.  Revolutie of niet, die beesten zijn hier ongenode gasten. 
‘Gooi em gewoon over de reling,’ dirigeert mijn oma op bloedserieuze toon.
‘Oma, nee!’ roep ik geschrokken. 
Dakota huppelt blij voorbij met het vierde blokje chocola. Niemand die op haar let. 

Ik kijk met mijn kopje koffie in de hand om het hoekje van de deur naar buiten. De duif zit statig naast de ingang van het vangkooitje, het water en het eten onaangeroerd. Naast de vogelkak is blijkbaar ook een hongerstaking als stil verzet in werking gezet.
‘Dit is dus een ándere duif,’ roept mijn oma nog een keer vanuit de woonkamer. De duif lijkt mij een zelf ingenomen blik toe te werpen en verroert zich niet. 

Even later staat meneer Stuurman ineens bij ons in de woonkamer. Aan zijn riem hangt allerlei gereedschap, ik hoop ergens niet voor de duif. 
Ik gluur stiekem mee als Stuurman het balkon op stapt en hoor hem ‘Zo jongen…’ zeggen. Blijkbaar is Stuurmans uitstraling indrukwekkend genoeg, want tot ieders verrassing slaat het beest zijn vleugels uit en flappert vrolijk weg. 

‘Maar nu zit hij op dat balkon daarboven,’ zeg ik tegen Stuurman, als die zich weer bij ons in de woonkamer meldt. Hij haalt zijn schouders op, zijn taak binnen deze revolutie is volbracht. Hij wenst ons nog een fijne ochtend en wij praten, onder het genot van een nieuw kopje koffie, over andere dingen. 
Vijf minuten later zie ik Gergö een blik werpen. ‘Ik wil niet vervelend doen …’ 
Hij hoeft zijn zin niet af te maken, iedereen heeft het gehoord. Vanaf het balkon klinkt duidelijk het iedereen wel bekende ‘roekoe…oeh..oehoeee’ 
Met zijn allen gaan we kijken en ja hoor: opnieuw bezoek! Ditmaal van twee duiven. ‘Dit zijn wéér twee andere!’ roept oma. 
Ik kijk en vind ze er als een tweeling uitzien, nee, eerder als drieling met de vorige duif erbij.  Wat bekokstoven die dieren hier? We kunnen het ze niet vragen, want als wij samen in het raam verschijnen vliegen ze snel weg. 

Ongenode gasten. Ze komen in allerlei soorten en maten. Sommige mensen in je leven halen neer, maken je minder, krenken je zelfvertrouwen en gebruiken je. 
Soms blijf je jaren proberen.
Soms hebben je liefde en trouw een positief effect en verandert er iets. 
Soms blijft verandering uit, wordt het zelfs erger.  
Je kunt ze blijven omarmen, te bang om iets te zeggen.  Ontwijken, in de hoop dat ze de boodschap doorhebben en wegblijven. 

Of gooi ze, naar mijn oma’s advies, gewoon lekker over de reling. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *