Suspense

‘U kunt kiezen uit ossenstaartsoep of de saladebar.’
We hebben de ober nét uitgelegd dat we graag vegetarisch willen eten.
‘Nou, de saladebar dan maar hé,’ frons ik. ‘En als hoofdgerechten de käsespätzeln en de linguine met pesto.’

Het is echt bloed- en bloedheet in het Duitse eetcafé en waar wij volwassenen de schijn hoog houden dat het wel meevalt, zit Dakota binnen een minuut in haar hemd en met blote voeten.
‘Oh nee, kijk…’
Gergö stoot mij aan en wijst naar het tafeltje direct naast ons.
Een citer en een plastic spaarvarken: dat kan maar één ding betekenen…
Nu zijn er een boel scenario’s mogelijk als er iemand tijdens onze maaltijd muziek gaat zitten maken, maar in geen van die scenario’s piesen Gergö en ik niet in onze broek van het lachen.
Ik heb het in mijn leven twee keer meegemaakt en ik krijg er ZO de kriebels van dat je met een stalen gezicht je aardappels naar binnen moet schuiven terwijl er iemand met een viool in je gezicht ‘tulpen uit Amsterdam’ staat te jengelen.
Nu lijkt deze muzieksituatie redelijk im-mobiel want met een citer ga je niet van tafel naar tafel (toch? please?) maar toch, hé, het concert is zometeen op een meter afstand van mij en mijn kaasnoedels.

We halen salade en kort daarna ontdekken we de muzikant, laten we hem Anton noemen.
Anton ziet er Bayerisch deftig uit: groot postuur, een grijze wollen spencer en een hoedje met een veer.
Hij loopt het etablisement op en neer, van voor naar achteren, neemt de mensen in zich op en kijkt constant op zijn klokje, dat aan een kettinkje aan zijn kleding hangt. Zijn blikken zijn dermate serieus dat we, ondanks onze aversie voor tafel-muziek, bijna net zo nieuwsgierig worden naar zijn optreden als naar de ontknoping van een spannende moordfilm.

Met een beetje een ‘het is bijna Sinterklaasavond’ gevoel wachten we op ons eten.
Anton blijft op en neer lopen. De salade is op en Dakota zit inmiddels onder de tafel.
De ober komt terug: ‘U kunt nog een keer van de saladebar pakken,’ meldt hij gebiedend.
Terwijl ik nog wat koude boontjes en wat plastic-achtige mozzarella bolletjes op mn bord schep, gaat Anton achter zn citer zitten.
Hij doet een tijdje niets en kijkt een beetje verloren naar zijn instrument, alsof hij zich bij het uitzendbureau eigenlijk als automonteur had ingeschreven en nu per ongeluk hier citer moet spelen.
Wij weten niet goed of we nu onze adem moeten inhouden of onze billen moeten samenknijpen.
Dan bewegen Antons handen. We kijken gespannen toe, maar in plaats van naar de citer graaien ze naar een stapeltje papieren in zn vest, een soort spiek-kaartjes.
Ik zie geen noten, alleen tekst. ‘Wat zou het zijn?’ fluister ik.
‘Misschien zijn het brieven van zn overleden vrouw,’ oppert Gergö.
Ik peins even over deze zielige optie en heb in mijn hoofd al een half boek geschreven over ‘de zielige automonterende-citerspeler weduwnaar’, als Anton de papieren resoluut aan de kant schuift en zijn hand in zijn tas steekt.
Van alle opties van voorwerpen die tevoorschijn zouden kunnen komen, hadden we een plakband automaat het minste verwacht.
Het ding wordt naast de citer gezet en Anton begint met veel zorg plakbandjes om al zijn vingers te draaien.
Ik prop, gefascineerd starend, gedachteloos het ene na het andere vieze mozarellaballetje in mn mond.

Ons eten arriveert.
Dakota is inmiddels al vier keer klaar met de kleurplaat die ze heeft gekregen en wil graag slapen. Wij beginnen snel aan de pasta en kaasnoedels en kijken bijna smekend naar de man.
Er is nu sprake van zó’n lange (denkbeeldige) tromroffel, dat ik toch wel even wat wil horen voor we vertrekken.
En dan, waarempel, beroert Anton de snaren van het instrument. Weliswaar onhoorbaar, zelfs al zitten we op een meter afstand, en we kunnen er ook geen kaas(noedel) van maken wat voor muziek hij zit te spelen, maar er gebeurt wat! 

‘Ik denk dat hij aan het stemmen is,’ merkt Gergö na twee minuten op. Ik knik. Dat zal wel, inderdaad.
Onze borden raken leger en leger, Anton blijft onhoorbaar onsamenhangende klanken op zn citer tokkelen. De andere gasten lijken er ook geen aandacht aan te schenken.

We besluiten dat het niet zo mocht zijn en staan op om het restaurant te verlaten, en dan gebeurt het:
Precies op het moment dat we Anton’s tafeltje passeren, begint hij ineens echt te spelen.
Luid, duidelijk, en ook nog best leuk.
Hij groet ons met een brede lach en als boeren met kiespijn grijnzen we terug. We blijven staan en er verdwijnt wat geld in het spaarvarken.
‘Dat waren een paar hele dure noten,’ mompelt Gergö als we weglopen.
Ik grijns. ’Drie seconden muziek: twee euro. Een avondje suspense: onbetaalbaar!’

Dan horen we snelle voetstappen naderen…








Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *