Brownie

Jongens, ik beloof dat dit niet in een dierenblog gaat veranderen. Eigenlijk had ik al een stuk bijna af (viva la vaatvlies), maar die bewaar ik toch voor de volgende keer. Want kijk, dit is Brownie. En Brownie geeft NUL om wat ik wil.

‘Kom op, Brownie!’ riep ik enthousiast toen we op pad gingen, en ik klakte met m’n tong. Brownie hobbelde een paar meter gedwee mee, maar begon toen ineens hard te trekken. ‘Ho…’ mompelde ik. De onzekerheid spatte er blijkbaar vanaf, want terwijl ik nog probeerde om Brownie met zachte dwang op het pad te houden, wierp hij mij met een sierlijke beweging als een veertje over zijn nek om de berm in te duiken. 
‘Geeft niks, ik moet hem gewoon laten zien wie de baas is’, legde ik enthousiast uit, terwijl ik wat distels uit m’n broek plukte. De peuter keek me onbegrijpelijk aan. Dat krijg je ervan als ze volgens de principes van het natuurlijk- en onvoorwaardelijk ouderschap opgroeien. 

Na tien minuten was één ding duidelijk: er was maar één baas en dat was Brownie. Ik leek wel de baas, tot Brownie bedacht dat hij iets wilde. 
We waren inmiddels ongeveer tweehonderd meter en vele happen gras en malse blaadjes verder. Een vrachtwagen reed langs en ik deed heel nonchalant alsof het de bedoeling was dat ik daar half in de sloot tussen de brandnetels met een grazende pony stond. 

Dapper probeerden we de ronde af te maken. Iedere keer als ik naar links wilde, duwde Brownie me naar rechts. En zei ik kordaat: ‘Nu lopen we even door!’ dan stond Brownie stokstijf stil voor een volgende hap. Het werd duidelijk dat Brownie alleen wilde lopen tijdens het kauwen, maar zodra het gras was doorgeslikt moest de voorraad worden aangevuld en ik was met mijn 55 kilo nog minder partij dan een strontvlieg. 

Je zou denken dat ik met een peuter wiens levensmotto ‘je kunt beter bij iedere stoeptegel stil staan, want straks mis je iets belangrijks’ is ik dit wel goed kan handelen, maar ik vond het knap lastig. Een zacht zetje in de goede richting is best moeilijk als het object van het zetje sterk genoeg is om twintig versies van jou in een bolderkar achter zich aan te trekken. En samen overleggen was er ook niet echt bij. 
Vooral het iedere paar meter opnieuw moeten vechten, beviel me totaal niet en ineens wist ik weer waarom ik zo’n enorme fan ben van níet de baas willen zijn. Van een positieve ja-omgeving. Van overleggen. Van vrijheid. Autonomie bevorderen. Wederzijds respect voor elkaars mening en wil. Samen mens zijn. Kinderen als mens zien. Kinderen zíen.

Voor Brownie is het waarschijnlijk te laat. Ik geloof niet dat Kiind Magazine binnenkort in het ‘Paards’ vertaald wordt. Dus tja, bij dezen trek ik de conclusie dat wij als ‘natuurlijk ouderschap’ ouders totaal ongeschikt zijn om ponyritjes te begeleiden. Maar gelukkig doen onze kinderen het best wel leuk. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *