En dan nog dit…

Tijdens ons berghut-avontuur schreef ik ook op Instagram nog twee hersenspinsels die ik jullie lezers van mijn blog niet wilde onthouden:

22.30 u. In de verte flitst het onophoudelijk boven het dal, dikke regendruppels vallen op ons houten hutje. Het vuur is net een beetje aan het uitbranden, als er ineens een boel kabaal voor de deur klinkt. We kijken elkaar aan zonder woorden: de koeien.⁣

Koeien gaan hier niet met de kippen op stok. Ook ‘s nachts hoor je de rinkelende bellen af en toe in colonne langskomen, maar dit klinkt anders. Het lijkt wel een religieuze samenkomst met al dat bellengerinkel en we horen ook wat gerammel en gebonk met balken. Gergö pakt een zaklampje en tuurt in het aardedonker vanaf de deur naar buiten om te kijken wat er gebeurt. Twee koeien staan als hitsige pubers samen tegen onze auto aan te schuren, terwijl vier anderen hun kop door ons hek hebben gestoken en elkaar verdringen om aan de spullen op het terras te snuffelen. ⁣

Weet je wat ik lastig vind? Deze koeien op de berg lijken echt een heerlijk leven te leiden, maar ook deze koeien worden geïnsemineerd om vervolgens het kalf direct af te pakken, puur zodat er weer liters van haar moedermelk gepompt kunnen worden voor ons mensen. Alles in overdreven hoeveelheden en op routinematige wijze. Meer, meer, meer, en na een paar jaar afgedankt naar de slacht. Stel je even voor dat we mensen-moedermelk in zo’n beetje alle producten die je je kunt voorstellen zouden stoppen. Say what?! ⁣

En toch doe ik er ook aan mee, want als we op pad zijn neem ik een ijsje. Of Käsespätzle (en dan mag ik blij zijn dat die optie er is, naast alle varkenspoten). Gewone melk in mn koffie doe ik al tijden niet meer, dat krijg ik gewoon niet door mn keel, maar er zijn nog een boel momenten waarbij ik uit gemak en gebrek aan keuze voor iets met kaas kies of gewoon met eieren bak. ⁣

Dus wat ik hier precies wil zeggen, weet ik niet. Ik vind het moeilijk, ik vind het stom, ik hoop dat we steeds meer op een betere manier met onze planeet en de dieren zullen omgaan.⁣

Deze is voor jullie, koetjes.



——————-

Wat ik het meeste ga missen? De koude handjes en voetjes van de peuter op bed tegen me aan gefriemeld, terwijl direct naast ons in het kleine woonkamertje het vuur knettert. Dat gevoel van klein en overzichtelijk. Dat je twee stappen doet en je hele huis door bent. Voor een samen-fan (eerder freak) als ik is dit de hemel. Ik ben gek op verbondenheid en nabijheid dus m’n lievies altijd twee stappen verderop vind ik echt heerlijk.⁣

Dit keer was er echter ook het gekke gevoel dat er 7 potentiële kinderen een paar honderd kilometer verderop in de kliniek ‘lagen’. Call me totaal crazy, maar ik heb nu ik al eerder zo’n wonder heb mogen ontvangen echt al het gevoel dat die bevruchte eitjes mijn kinderen zijn. Maandag hoorden we zelfs dat alledrie de embryo’s die ze voor deze poging lieten doorontwikkelen het goed doen. Het idee dat er daarvan één wordt uitgekozen en de rest de vriezer ingaat, voelt super raar! Een aantal mensen schreven mij al dat zij dit precies zo hebben ervaren. Eerder stond ik hier niet zo bij stil, maar nu voelt het als een luxe positie die nergens op slaat. ⁣

Iemand vroeg me of we ze dan ook gaan doneren, en ik antwoordde dat ik dat in dit stadium niet zou kunnen. Een compleet bevruchte eicel die al 100% Gergö en mij is doneren en dan niet weten hoe dat kindje gaat opgroeien? Dat kan ik niet, dat voelt niet goed. Dat is het enige eerlijke antwoord hier.

Update: uiteindelijk heeft van de 3 embryo’s eentje het gered. Die is teruggeplaatst en we zijn nu in extreem spannende afwachting hoe dit zal aflopen. Op dit moment is de kans dat het goed is 50/50. Mocht het fout zijn liggen er dus nog 4 bevruchte eicellen in de vriezer, daar zijn we heel dankbaar voor!



————–

Daar is het al!’ zegt Gergö.

Ik leg mijn hoofd in mijn nek en tuur bij de steile rotswand omhoog. ‘Al?!’ 

Heel ver weg, hoog op de klif, torent het klooster waar we naartoe gaan boven ons uit. Als een onbereikbaar sprookjeskasteel, de toren van Rapunzel. En helaas is er in dit verhaal geen monnik die ons zijn lange vlecht toegooit om ons te helpen. 

Ik heb net dertien kilogram slapende peuter, die vandaag perse op de buik in de drager wilde, door de kloof gedragen. Tientallen glibberige houten trapjes en oneffen rotspaadjes langs snelstromende water. In mijn hoofd heb ik alvast een lange review over dit natuurwonder geschreven waarbij ik iets noem over sponzen onder je oksels binden en het klooster lijkt me vanaf haar hoge positie grijnzend uit te lachen om mijn rode hoofd en piekerige haar.

De laatste meters tot ons einddoel volgen we de veertien staties van de lijdensweg van Jezus. Je zou het bijna toepasselijk noemen…
De initiële stoot endorfine die ik na de kloof voelde, lijkt een beetje op, maar we redden het. We komen bovenop de rots aan en de peuter plast direct naast het kapelletje op het gras. We kijken naar geel-donzige babyganzen die twee keer zo groot zijn als een volwassen eenden en eten een warme hap typisch Biergarten-voer. We zien de wolken over de bergen rollen en maken een kitscherig foto met een foto paal op het terras.

Optimisme brengt je op de tofste plekjes.
Optimisme maakt de simpelste dingen in het leven cool. 

En de coolste dingen simpel. 


Eén antwoord op “En dan nog dit…”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *