De tweede ‘eerste date’

’Nu? Op zaterdagavond?’ zegt de ober.
Hij fronst. ‘ZONDER een reservering?’ 

We knikken een beetje sullig en negeren het duidelijk overvolle restaurant waar op iedere nog vrije tafel een ‘gereserveerd’ bordje prijkt. 
Zal ik even zeggen dat het onze eerste echte date is sinds Dakota er is?

’Kom maar mee,’ zegt de ober. ‘Ik heb hiernaast nog wel plek. Daar zit nu nog niemand, maar dat komt straks wel.’ 
Voordat wij elkaar aan kunnen kijken loopt hij voor ons uit een trappetje op en de gang door, wij volgen braaf. 

Hij zwaait de deur naar de ontbijtzaal open: een grote, lege, stille ruimte. 
Zelfs de tafeltjes, alvast gedekt voor morgenochtend, lijken ons chagrijnig aan te kijken dat we hun rust komen verstoren. 
We kiezen een plekje bij het raam, krijgen een menukaart aangereikt, en dan zijn we alleen.
Onmiddellijk doorbreekt ons lachen de stilte. Daar zitten we dan, met zn tweeën in een helemaal lege zaal waar je een speld kunt horen vallen. Geen muziek, geen gezelligheid, niks. Super romantisch!

‘Leuke boekenkast, hé?’
‘Ja, en er hangen ook gordijntjes voor de ramen.’ 
‘En heb je gezien dat er daarachter óók een deur zit?’

Geforceerd proberen we de drukkende stilte te negeren en een gesprek op gang te brengen.
‘Kunnen we dit überhaupt nog?’ vraagt Gergö zich hardop af.
Ik tuur naar de menukaart: ‘Als ze maar wel friet hebben, daar heb ik zó’n vreselijke zin in,’ mompel ik.

De doodse stilte wordt al snel doorbroken. 
Eerst door een jongen die precies aan de buitenkant van ons raam in gestaag tempo nonstop een voetbal tegen de muur trapt. Kort daarop door een gezin van ouders met een klein kind die in dezelfde val als wij zijn getrapt en enigszins perplex binnen komen lopen.
Zou het dan toch nog gezellig worden? 

‘Als je dit niet doet, krijg je geen patat,’ klinkt het een minuut later.
‘Ach kijk, wat leuk, ze hebben de kerstboom nog buiten staan,’ zeg ik tegen Gergö.
‘Als je zo stom doet pak ik dit van je af,’ weerkaatst het vanaf de andere kant van de ruimte. En een minuut later:
‘Ja doei, je hebt zelf gezegd dat je het niet wou dus nu krijg je ook niks meer, dat is je eigen schuld hoor. Doe even niet zo irritant de hele tijd.’ 

Gelukkig zet de ober een muziekje aan. Eerst veel te hard, maar na een korte check in de zaal doet hij het weer zachter.
Jammer.

‘Mag ik mijn gerecht met patat in plaats van aardappels?’ vraag ik als onze bestelling wordt opgenomen. Ik gluur even opzij naar het gezin, maar blijkbaar ben ik braaf en mag ik wel patat want er komt geen sneer.  
Ongeveer dertig minuten later volgt het eten. Zonder patat, en met gebakken aardappels. 
‘Ik heb eigenlijk patat besteld,’ zeg ik tegen de (overigens weer andere) jongeman. 
‘Oh, natuurlijk! Ik regel het meteen voor u!’  
Vijftien minuten later loopt er iemand langs. ‘Smaakt het?’
‘Ja lekker, en ik wacht nog op mijn patatjes’ antwoord ik vriendelijk.
Hij schrikt. ‘Oh, oké! Ik zal even kijken.’ 

We besluiten dat ons toetje een wandeling in de buitenlucht wordt. En met het bewegen van onze spieren komen ook de gesprekken los. We voeden onze mentaal met verbinding en samenzijn, terwijl de wind om onze oren suist. 
‘De volgende keer gaan we gewoon naar de snackbar, en daarna gelijk wandelen,’ zeggen we bijna tegelijk. 

’s Avonds snuffel ik dankbaar aan Dakota’s pluizige blonde koppie terwijl ze naast mij in slaap valt. Ik denk terug aan de trits van dreigementen die ik eerder hoorde. Op zulke moment ben ik het meest dankbaar voor de weg die wij gevonden hebben.
Ik wacht overigens nog steeds op de patat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *