Budapest

Deze pagina is nog onder constructie. Er is al het een en ander te lezen, de rest van de informatie volgt de komende tijd in stapjes.

Budapest. Stad van rammelende bussen en flitsend nieuwe metro’s. Van de mooiste speeltuinen die je ooit hebt gezien en van dampende kaneelrollen boven een houtskool vuur. Van rotsen en grotten, van verkoelende fonteinen op hete zomerdagen.
In Budapest treffen kinderplezier en architectonische hoogtepunten elkaar. Avontuur en ontspanning wisselen elkaar af, terwijl je je iedere dag vanaf een nieuw uitzichtpunt door de stad kunt laten betoveren.
Als je op een majestueuze brug staat, in het centrum van de Donau, omringd door beeldschone gebouwen en dromerige heuvels; als de vrouw met de veer je hoog vanaf Gellért Hegy groet, terwijl een groep duiven de promenade afspeurt naar verloren patatjes en stukjes ijswafel; als de marktkoopmannen je in het Hongaars hun verse boterbonen aanprijzen, dan weet je dat je in Budapest bent.

  1. Weinig leestijd? Dé tien tips!
  2. Citadella (uitzichtpunt op de Gellért berg)
  3. Vár (de oude stad)
  4. Margit Sziget (Margit eiland)
  5. Városzliget (stadspark)
  6. De Hongaarse badencultuur
  7. Must-see in de stad
  8. Handige combinatierondjes
  9. De tofste speeltuinen
  10. Openbaar vervoer
  11. Geld
  12. Eten en drinken
  13. Taal
  14. Verblijf
  15. Overige handige tips

Weinig leestijd? Dé tien tips!

1. De lange roltrap spuugt je uit in het halletje van de uitgang van de metro. Het betreft een oude metro, dus is het er grijs, bedompt en warm. Misschien niet direct de plek waar je verwacht een lekkere snack te kopen, maar zie je: ‘Fornetti’ of ‘Pékség’ staan, wil ik je aanraden te stoppen en het toch te doen! De vitrine ligt hier vol met verrukkelijke gevulde bladerdeeghapjes, een zakje van tien stuks kost je vaak nog geen twee euro. Als je hier bestelt, is het handig wat basiswoorden te kennen, bijvoorbeeld: sajt (kaas) alma (appel) of mákos (maanzaad), want een Engelse vertaling zul je bij deze stalletjes niet vinden. (voor ons eten-en-drinken woordenlijstje, klik hier)

2. Sowieso zal, naast het feit dat je je niet af moet laten leiden door de ‘looks’ van een locatie, een zakwoordenboekje in Budapest culinair een boel extra (vitrine)deuren en etenspoorten voor je openen! Zelfs op de meest toeristische plekken hebben lang niet alle koffie-, ijs- en eettentjes uitgebreide Engelse vertalingen. Wil je geen local-specialiteiten missen? Steek dan een basis-eet-vocabulaire in je tas en leer tegelijkertijd hoe je de Hongaren groet en bedankt, dat zullen ze, al spreken alle jongeren tegenwoordig keurig Engels, erg waarderen. Ons woordenlijstje vind je onder ‘eten en drinken’.  

3. Doe als de Hongaren en ga een dagje de stad uit. Vanaf de Citadella of vanaf de burchtmuren van de oude stad (Vár) krijg je er al een beetje een beeld van: Budapest wordt omringd door heuvels die een schat aan activiteiten verborgen houden. Van een spannende rondleiding door een grot tot een rit door het koele bos met de Gyermek Vasut (kindertrein). Iedere heuvel heeft zijn eigen specialiteiten en uitkijkpunten en geeft je een uniek zicht op de stad. 

4. Er is de laatste jaren veel energie gestoken in de renovatie van de stad en ook deze attracties pikten een graantje mee: het ziet er over het algemeen allemaal tiptop uit, zonder dat het nostalgische gevoel verloren is gegaan!  

5. Kinderen blij, ouders blij, wordt er vaak gezegd. In Budapest hebben ze dat goed begrepen want werkelijk ieder toeristisch hoogtepunt heeft een gave speeltuin op kinderbeentjes-loop afstand! Zo sta je met majestueus uitzicht wat familiefoto’s te schieten vanaf het vissersbastion, zo zit je drie minuten later op een bankje in de fantastische burcht-speeltuin met een kopje koffie en een kürtöskalacs (hongaars rolgebak) De meeste speeltuinen zijn in de laatste jaren geleden compleet nieuw gerenoveerd; ik vind speeltuinen in Budapest mooier dan bij ons in München! Online kun je (Engelse) lijstjes met de tofste plekken vinden. Onze favorieten naast de burchtspeeltuin op Vár zijn de grote glijbanenspeeltuin onder de Citadella, de speeltuin ‘Olimpia’ centraal in de stad aan een van ’s werelds mooiste tramlijnen: tram 2. Ben je in de buurt van Astoria dan moet je de speeltuin van het historisch Hongaars museum niet missen: zorg dat je muntjes bij je hebt voor de knikkerbaan! De meeste speeltuinen zijn uitgerust met waterpompen of fonteintjes en hebben veel bomen en doeken dus ook in de zomer kun je hier goed vertoeven. 

6. Ga eens ondergronds. Ik schrijf hierover meer bij de avontuurlijke uitstapjes: de grotten van Budapest, maar ook de oude stad (Vár) heeft een aantal hele bijzondere ondergrondse rondleidingen. Zo is er een (voormalig geheim) ziekenhuis in de rotsen: ‘Hospital in the rocks’ waarbij ‘onderkaak op de grond’ tijdens een rondleiding gegarandeerd is.Voor de hele kleintjes misschien te indrukwekkend en te lang, maar voor grotere kinderen heel goed te doen. Daarnaast kun je ook de geschiedenis van … bekijken in de tunnels die onder Vár lopen.  

7. Hipsterbuurten of nachtclubs zijn nou niet direct plekken waar je je kinderen mee naar toeneemt. Als ouder ga je toch een beetje van niveau cocktail naar niveau knijpfruit, maar dit hoeft je niet tegen te houden om een aantal hele bijzondere bars te ontdekken. Zo bezochten wij met peuter Szimpla Kért, een ruïnebar in de Joodse buurt met de meest curiosa inrichting die je ooit hebt gezien! Hier kun je ook overdag prima iets drinken met je kinderen erbij en uitgebreid rondkijken en genieten van dit fotografisch-walhalla. Naast Szimpla Kért vind je een street-food plein, maar de hele Joodse buurt is er eentje om eens een tijdje rond te struinen en bijzondere plaatjes te schieten.

8. Wat hebben 1896 en 2015 met elkaar gemeen? Het zijn allebei bouwjaren van metro’s in Budapest! Het openbaar vervoer kent hier twee extremen: communistisch, nostalgisch oud of hypermodern nieuw. Dit betekent dat je soms in een rammelende oude bus met ARKO (alle ramen kunnen open) over een brug over de Donau dendert en dan weer in Metro 4: de nieuwste metro uit 2015 met airco, Engelse mededelingen en prachtige kunstzinnige stations, onder de grond doorsuist. Een kinderwagen meenemen is een beetje een gokje: er is niet altijd een lift, opstapjes zijn soms wat hoog en sommige buslijnen zijn tijdens spitsuur net sardientjesblikjes. Hongaren zijn heel erg beleefd en zullen altijd voor een ouder met kind opstaan, maar als je er een hebt is een draagzak of draagdoek de slimmere keuze! Nog relaxter: neem ook eens een dagje de auto. Parkeergarages en parkeerplekken vind je overal, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het een groot deel van je reistijd afsnoept. 

9. Bij bijna alle haltes, maar ook in de info gebouwtjes van de BKK, vind je automaten om OV tickets te kopen. Wij kopen voor een week meestal een Bérlet voor 10 dagen, dit kost je maar zo’n 15 euro en daarmee kun je met alle vormen van het OV door Budapest en omgeving reizen; doordeweeks zelfs met het pontje dat schuin van halte naar halte over de Donau vaart en je weer een compleet een ander zicht op de stad geeft.  

10. Forint of Euro? Die vraag zullen verkopers je geregeld stellen. Kies hierbij altijd voor de Forint, want de wisselkoersen die ze gebruiken als je voor de euro kiest kloppen nooit, beter nog: je bent dubbel zo duur uit! Dit geldt ook als je je geld bij de bank gaat pinnen. Reken zelf even met de officiële wisselkoers uit hoeveel je uit de muur wilt trekken en kies dan voor de Forint. 

Citadella

Het is avond, de zon gaat onder. Sneller dan we in in Nederland, of zelfs wij in München gewend zijn. Ik ren de Gellértberg op, een loodzware route. Dapper zwaai ik naar een bus die me voorbij rijdt en even doe ik alsof ik het helemaal niet duizend doden sterf bij deze gladiolenrun. In mijn sportbh heb ik voor de zekerheid wel mijn openbaar vervoerskaartje gestoken, maar ik ben vastberaden het niet te gaan gebruiken.Met een gezicht qua kleur vergelijkbaar met de kleuren waarin de stad wordt ondergedompeld in de ondergaande zon, kom ik aan bij hét uitzichtpunt op de Citadella. 
Ik sta even stil, geniet van de stilte van de stad en de Donau die ver beneden mij liggen. Om mij heen mensen in avondjurkjes en chique blousejes, zwaar geurend naar parfum of aftershave; ik ben een vreemde eend in de bijt in mijn hardlooptenue en met mijn piekerige haar dat aan mijn gezicht plakt. 
Bij mijn afdaling verdwaal ik even als ik een short-cut neem om weer eens over de trappen te lopen (rennen) waarmee ik de allereerste keer dat ik in Budapest was met Gergö de berg beklom. Bij thuiskomst ontdek ik dat er nu door het zweten een inktafdruk van mijn openbaar vervoerskaart op mijn borst prijkt. 

Wat is het? 

Hét uitzichtpunt van de stad, vaak wat leuke marktstandjes en verschillende prachtige wandelopties naar beneden (met nonstop adembenemende uitzichten) 

Hoe kom je er? 

Ben je sportief gestemd, dan kun je vanaf Gellért Tér (Gellért plein) of vanaf Erzsébethid (Elisabethbrug) omhoog lopen en onderweg alvast genieten van fabuleuze uitzichten. 

Wij gaan omhoog meestal met de bus en lopen dan naar beneden. 
Vanaf een zijstraat van Morisz Sigmund Körtér vertrekt bus 27 elke paar minuten. Als je op het plein voor de McDonalds staat een meter of vijftig linksaf de stoep volgen en je bent bij de juiste halte.  Stap uit bij de halte “Busulo Juhasz (Citadella)”, en loop een stukje terug. Voor het uitzichtpunt moet je nog een stukje de berg op het bordje Citadella volgen. 



Vertrekpunt bus 27. Zo’n handig kaartje als je links ziet, vind je bij het BKK gebouwtje (er is er één op Mórizs Sigmund Körtér). Het rechterkaartje is een screenshot uit de handige OV app: BKK Futar. (zie: openbaar vervoer)

Wat kost het? 

De Citadella is gratis. 

Toiletten/eten? 

Bij de ingang van de ‘burcht’ zijn toiletten. Verder vind je hier vaak marktkraampjes die eten verkopen en is er een chique restaurant.

 

Kinderwagen of drager? 

Ga je alleen met de bus omhoog en weer terug naar beneden, dan kun je een kinderwagen meenemen. Ik zou absoluut een drager adviseren, want de verschillende wandelopties (vanaf de ‘vrouw met de veer’) naar beneden zijn te mooi om te missen en bestaan grotendeels uit trapjes. 

Niet missen: 

De grote glijbanen-speeltuin, ongeveer tien minuten naar beneden lopen vanaf het uitzichtpunt. (Check locatie ook op Google maps: Gellérthegyi csúszdás jázsótér) Keer de vrouw met de veer de rug toe en begin naar beneden te lopen. Linksaf is ook een prachtig pad de berg af, maar wij gaan vandaag rechtsaf en blijven steeds het pad volgen dat ons verder naar beneden brengt. Op een gegeven moment kun je gewoon het kindergejoel volgen tot je de speeltuin bereikt 😉 Op de foto zie je de glijbanen, maar op de bovenverdieping is nog een groot klim-parcours en aan de linkerkant (buiten de foto) zit een zandbak, schommel, trampolines en meer van dat spul.

De speeltuin kun je overigens ook bereiken door vanaf het beroemde Gellért Hotel een klein stukje de berg op te lopen.Je komt dan eerst langs de grot-kerk aan je rechterhand (ook een bezoek waard!) en een kleinere speeltuin aan de linkerkant van het pad. 

Wat je handig kunt doen nadat je vanaf de Citadella naar beneden bent gelopen, lees je bij ‘handige combinatierondjes’


Vár (de oude stad)
Hier komt binnenkort info

Margit Sziget (Margit eiland)
Hier komt binnenkort info

Városliget (stadspark)
Hier komt binnenkort info

De Hongaarse baden-cultuur

Ze komt luid lachend de sauna binnen. Een stevige, blije Hongaarse vrouw, laten we haar Zsusa noemen. In haar kielzog een vriendin, ongeveer zo breed als mijn pink. De vriendin spreidt een enorme, flinterdunne handdoek (het lijkt haast een stuk papier) uit over de saunabank. Zsusa schijnt niks bij zich te hebben om op te zitten, maar graait dan ineens tussen haar borsten in haar badpak, vist er een soort vaatdoekje uit en legt dit op de bank. Er past precies één bil op.

De Hongaren zijn gek op bronnen en sauna’s. Badhuizen vind je overal en zijn vaak even mooi voor het oog als goed voor de ontspanning van ziel en lichaam.


Op de foto: het buiten-kinderbad van Palatinus, op Margit Sziget.

Must-see in de stad
Hier komt binnenkort info

Handige combinatierondjes

Het eerste “rondje” dat ik hier wil tippen is:
Citadella – Erszébethhíd (Elisabeth Brug) – Nagy Csarnok – Tramlijn 2 – Margit Sziget

Hier volgt binnenkort meer info

De tofste speeltuinen

Speeltuinen vind je in Budapest werkelijk overal. In het Hongaars heet het een játszótér: speelplein. Je kunt dus altijd even een Hongaar aanspreken en vragen naar ‘Jaatsooteer’, dan wijzen ze je vast de weg 😉
De meeste speeltuinen in Budapest zijn onlangs compleet gerenoveerd, ze beschikken bijna allemaal over water (om te drinken én om in te spelen) en worden goed bezocht door de locals.
Ga je naar een toeristisch hoogtepunt, kun je er bijna zeker van zijn dat er zich daar ook één of meerdere gave speeltuinen bevinden. Terwijl mama en papa dus wat mooie kiekjes schieten en genieten van fantastische uitzichten met een kop koffie en een ‘pogácsa’ (gevuld bladerdeeghapje), kunnen de kinderen lekker rondrennen in de (vaak gethematiseerde!) speeltuinen.

Onze favorieten zijn:
– op Vár (de oude stad) direct naast het Vissersbastion: Budavári Mátyás királyk Playground. Als je voor het grote standbeeld op het plein van het Vissersbastion staat, loop je rechts langs de toiletten op deze speeltuin aan. Deze mag je écht niet missen.
Let op: in de zomer wordt de helft van de speeltuin halverwege de ochtend al haast te heet om te gebruiken, maar wij zaten dan nog lekker onder de bomen en de schaduwdoeken, terwijl de peuter met emmertjes water in de zandbak speelde.

-Op de Citadella: Gellérthegyi csúszdás játszótér, de glijbanenspeeltuin. Ook helemaal nieuw, gesitueerd op de heuvel met allemaal verschillende leuke glijbanen. Daarnaast ook mogelijkheid om te klimmen, schommelen, springen en in de zandbak te spelen. Waterkraantje voor drinkwater is aanwezig, soms staat er ook een klein verkoopkarretje met snoep etc.

Olimpiapark, ook supernieuw, aan tramlijn 2 tussen Kossuthplein  and Jászai plein. Een volledig omheind parkje met veel groen, lekkere fonteintjes om in te springen en ontzettend leuke speeltoestellen waaronder een groot klauter-en-klim schip. Wij haalden snel even wat snacks uit het kleine winkeltje op de hoek van de straat en hebben hier heerlijk gezeten.

Als je in de buurt bent is de leuke thema speeltuin naast het ‘Hongaars historisch museum‘ in de Joodse buurt ook een bezoekje waard. Vergeet niet wat muntjes mee te nemen om knikkers uit het automaat te halen!



Openbaar vervoer

Misschien werd het je in de introductie al duidelijk: Budapest is een stad die schommelt tussen modern gerief en communistische nostalgie.
Je vindt hier een van de eerste metrolijnen ter wereld, maar ook een metrolijn die nog geen 3 jaar oud is. Dit betekent dat je vaak geen lift treft en je de kinderwagen de (lange en snelle!) roltrappen naar beneden moet krijgen. De oudere trams hebben een hele hoge opstap en daar moet je sowieso met 2 mensen de kinderwagen tillen. 
In de oudere trams en metro’s heb je ook geen airco. Oké, de ramen staan wijd open, maar in een stad waar het in de zomer rustig weken achtereen 40 graden is, blijft dat toch wel warm 😉
Gelukkig zijn Hongaren wel stukken beleefder dan Nederlanders: ben je met een klein kind dan staan ze altijd voor je op of/en helpen je.
Wij hebben de kinderwagen tijdens 1 vakantie meegenomen (toen ze te zwaar was om de hele dag te tillen, maar nog niet zo ver kon lopen), maar dit jaar nu ze net 3 was hebben we het helemaal met drager gedaan.

Wat betreft de OV tickets:

Het is handig om een Bérlet (= een openbaar vervoerskaart) voor meerdere dagen te kopen. Je kunt deze bij veel haltes uit het automaat te krijgen, maar het kan ook erg handig zijn even bij een BKK (de Hongaarse OV-info) gebouwtje langs te gaan. Zelfs voor ons doorgewinterde Hongarije gangers was het even zoeken wat we moesten hebben en moesten we de hulp inroepen van het personeel (dat alleen Hongaars kon), dus op de foto’s laat ik je precies zien hoe je je ticket uit het automaat haalt. Oh, en weet je wat nou leuk is? Met je Bérlet kun je doordeweeks ook gratis met een pontje de Donau op. Die vaart dan kruislings van halte naar halte en geeft weer een hele andere kijk op (en foto’s van) de stad.


Kaartje kopen! Klik eerst op ‘other tickets and passes’

Zoals je ziet bevindt de 3-daagse onbeperkt OV ticket zich dus onder ’24 uurs tickets’

Ook handig: download de Hongaarse OV app! Deze heet Bkk Futar en is ook in het Engels. Hier kun je routes uitstippelen en zie je op de kaart exact waar je volgende bus/tram gaat, hoe laat, en waar die zich nu bevindt. Verder staan er ook nog allerlei andere dingen zoals waterfonteintjes op de kaart en kun je er (ideaal!) detailkaarten downloaden voor ieder gebied in de stad, waar je exact ziet waar een tram/bus precies vertrekt. Echt een mega toptip!


Geld

1. In Hongarije betaal je met de Forint. Hierbij moet je je bedenken dat 1 euro meestal rondom de 300 Ft. is, maar dit schommelt heel erg op en neer.
Kom je ergens als toerist, dan proberen Hongaren vaak om je in euro’s te laten betalen, maar let op: dan ben je ALTIJD duurder uit! De wisselkoers die ze daarvoor gebruiken, klopt namelijk totaal niet. Dus, of je nu pint of ergens een maaltijd betaalt en ze vragen je: Euro of Forint? Kies altijd voor de Forint.

Overigens is het wel weer handig dat deze optie er is als je heel nodig naar het toilet moet en wel 50 eurocent of 1 euro in je portemonnee hebt, maar geen Ft. muntjes… Ook bij de benzinestations staat er vaak dat het toilet bijv 100 Ft. kost, maar kun je er ook euro-muntjes ingooien. Wel moet je je dan even bedenken dat het dus in Forint ongeveer 35 cent kost en in onze eigen koers 1 euro!

2. Pin alleen geld bij normale banken en nooit bij gekke winkeltjes. In Hongarije word je echt belazerd waar je bijstaat en kan het zijn dat je dan ineens verlopen Hongaarse biljetten krijgt waar je niet eens meer mee kunt betalen. Spreekt iemand je dus op straat aan met de vraag of je nog geld moet omruilen: doe het niet. Zelfs niet als het eruit ziet als een redelijk normaal wisselkantoor: ga naar een gewone bank.
Verder kun je vaak ook wel pinnen bij winkelcentra of bijvoorbeeld een supermarkt, maar er zit een risico aan verbonden. Vraag altijd de bon en maak eventueel foto’s van het scherm. Dit klinkt super overdreven, maar als je tweehonderd euro pint en er komt ineens niets uit het automaat, sta je echt met lege handen en probeer dan maar eens iemand te vinden die je kan helpen…  


Eten en drinken

Goed. Ik denk niet dat er vaak een stukje tekst is geweest waar ik zó tegenaan heb lopen hikken als deze.  Je zou denken dat het dan over iets heel moeilijks gaat, bijvoorbeeld het omgaan met je emoties of hoe je mensen in de rouw begeleidt, maar dit stukje gaat over eten en drinken in Budapest. 

Wij zijn totaal geen foodies. Wij zijn van de categorie: oh please laten we zo snel mogelijk een simpel restaurantje vinden want als we (oké, lees: Anke) niet snel wat eten hebben we te maken met een serieus geval van ‘hangry woman’. En dan nog zwalken we vaak veel te lang rond voor we een beslissing hebben genomen. Voelt alles altijd een beetje méh. Tegenwoordig denken we hier dus van te voren wel iets beter over na en ben ik heel blij dat we in Budapest op een aantal plekken in de stad onze toppers hebben gevonden. 


Hangry woman

We beginnen centraal gelegen (naast Kálvin Tér) met een straat waar je ons waarschijnlijk niet zo vaak zult vinden. Nooit, zegmaar. Het heet Ráday Utica en wij vinden dit eigenlijk veel te toeristisch, maar het is wel dé plek waar je naar toe wordt gestuurd als je je afvraagt: waar zullen we eens gaan eten?
Dit is ‘dé’ restaurantjesstraat van Budapest. Gelikte meneren die je in hun witte blousejes met een extra knoopje open proberen over te halen op hun terras te komen eten zijn hier gegarandeerd. Veel gel in het haar, dure zonnebril, je kent het wel. Eigenlijk zou je dit dus ook wel weer als een soort bijzondere beleving kunnen zien, misschien is dat een reden om dan juist weer wél te gaan? 

Naast Ráday Utica heb je dé grote winkelstraat: Vaci Utca. Ook deze staat als een soort onbeweeglijke muur voor je neus als ‘logische keuze’ bij de vraag ‘waar zullen we iets gaan eten’. 
Vaci Utca is lang. Héél lang. Sommige delen kunnen dus mega toeristisch zijn, maar hier iets gaan eten is wel makkelijk omdat je er vaak toch al in de buurt bent. Als je in een iets rustiger gedeelte van de straat komt, tref je ook echt wel hele leuke tentjes. In Vaci Utca zijn wij zelf fan van de Hummusbar en La Botte (Italiaans). 

Aan de top van Vaci Utica, op het beroemde plein ‘Vörösmarty Tér’ ligt café Gerbeaud. De enige plek in Budapest waar er voor ons geen twijfel bestaat of we er terecht zullen komen tijdens een vakantie, eerder hoe vaak. Voor Hongaren is het een erg duur gebeuren, maar voor ons zijn het nog steeds prima prijzen. Het is superchique (lees: de toiletten zien eruit zoals ik mij verbeeld dat ze er op Paleis Noordeinde uitzien), het eten en drinken is er verrukkelijk en ze hebben ook amandel en sojamelk. De service is fantastisch, én ze zijn fijn met kinderen. Hups hups ernaartoe, dus! En jezelf vooral die gigantische ijscoupe ‘Gerbeaud’ gunnen; een Hongaarse klassieker met onder andere abrikozensaus en walnoten. 


Hongaarse crêpes gevuld met walnoten en abrikozensaus bij Gerbeaud.



Ook aan de Donau kun je fantastisch eten bij de hotels die aan de promenade liggen. Wel iets duurder, maar voor onze begrippen nog steeds super betaalbaar en je zit vaak wel heel mooi, dus laat je niet te snel afschrikken. 

Laat je in Budapest overigens niet altijd misleiden door de ‘looks’ van de buurt of het gebouw. Op sommige daken zitten te gekke roof-top bars en voor sommige top restaurants moet je een trappetje afdalen dat je het gevoel geeft dat je je was bij een shady stomerij gaat afgeven.

Een te gek familie-bedrijfje dat dagelijks met vers ingekochte producten een verrassend menu op het menu tovert is Zeller Bistro. Hun ingrediënten komen allemaal van boeren uit de buurt en de ambiance is (google het maar) in één woord GEWELDIG.

De vegan restaurants/eetcafés in Budapest zijn écht goed. Check Happycow voor alle hotspots! Wij probeerden restaurant ‘Napfenyes’, vlakbij …. Plein dus ideaal gelegen en genoten hier van de lekkerste gerechten, bijvoorbeeld de veganistische variant van de Hongaarse ‘gevulde kool’ klassieker. De gemiddelde Hongaar begint direct te huilen als je dit zou vertellen: maar het smaakte echt heerlijk.  

Ook hebben ze zalige desserts to go. 

Je krijgt er gratis een bijzondere beleving bij, want de tent lijkt gerund te worden door een soort sekte-achtige beweging. We konden onze vinger er niet helemaal opleggen, maar jullie weten hoe blij ik wordt van rare dingen dus ik vond dit helemaal te gek. Er lagen rare ‘zonnefoldertjes’ voor bepaalde spirituele cursussen tussen de kleurplaten voor de kinderen, en die kleurplaten zelf waren kleurplaten van allerlei dubieuze tekens en amuletten enzo. Het was allemaal net iets té; fotootjes van mensen in een soort trance op de achterkant van je menu enzo, dus ja: love it. Ga dat zien en laat je fantasie lekker op hol slaan. 


Niet de beste foto ooit, wel verrukkelijk eten!


Inclusief kinderspeelgoed en rare kleurplaten

Ik sluit deze ietwat cynische food-blog af met een korte voedselvocabulaire, vooral om duidelijk te maken dat je een zakwoordenboekje nodig gaat hebben als je meer dan de mcDonalds wilt uitproberen, want aan de taal kun je, helaas mogyoróvaj (pindakaas), echt NIETS herkennen. 

Kaas = Sajt 

Ham = Sonka (zodat je weet dat je die niet moet hebben)

Appel = Alma

Maanzaad = Mák

Spinazie = Spenót

Kaneel = Fahéj

Aardappel = Krumpli/Burgonya 

Abrikoos = Sárgabarack

Wijn = Bor

Bier = Sör

Water = Vaz

En dan, als échte afsluiting, een klein lijstje met Hongaarse klassiekers die onze buiken iedere keer héél erg blij maken en die je sowieso wilt proberen als je ze tegenkomt: 

Kürtöskalács = zoete deegrol in verschillende smaken, wordt gebakken boven een houtskoolvuurtje, vaak door een oud omaatje.
Pogácsa = Kleine hartige scone. Dit is écht een dingetje! Je koopt ze in een klein zakje van de ‘Fornetti’, bijvoorbeeld bij de uitgang van het metrostation. (Zie ook tip 1 bij de 10 tips!) Ook voor deze snack is het handig om je woordenboekje erbij te pakken, want deze mini-tentjes zijn meestal niet zo Engels-gericht. Of je gokt gewoon en laat je verrassen, lekker spannend! 
Türo Rúdi = kwark in chocolade (reepje)
Pilóta = de hongaarse Oreo’s
Lángos = gefrituurde platte lap deeg, waar ze meestal sourcream en kaas op doen.
Gerbeaud taart & Dobos taart (en alle andere duizenden taartjes)
Kastanje puree = HEEL zwaar op de maag, maar oh zo lekker…
Koude vruchtensoep = smoothie met een lepel uit een bord (ik snap dit nog steeds niet)
Gündel palacsinta = gevulde crepes
Fözelék = eigenlijk groente in saus. Een soort stoofpannetje, zou je kunnen zeggen. Komt in vele variaties.
Somlói Galuska = cake/ijs/taart/saus combinatie met chocolade en walnoten.


Taal

Ik schreef het al bij de tien tips:
Een zakwoordenboeken zal in Budapest een boel extra deuren voor je openen.
Verbaas je niet als Hongaren geen Engels kunnen en je in de winkel gewoon stug in het Hongaars aanspreken bij de kassa. Dit geeft het juist ook weer extra charme, vind ik! Op de grotere toeristenplekken is Engels vaak geen probleem (alhoewel je ook daar soms geen Engelse vertaling bij de menukaart treft!), maar koop je even snel iets in het kleine supermarktje om de hoek dan moet je je vaak met handen en voeten redden. Ook daarom is een basislijstje Hongaars woordjes superhandig, ze zullen het erg waarderen als je ze in hun eigen taal ‘hallo’ en ’tot ziens’ kunt groeten.

Verblijf
Hier komt binnenkort info

De stad uit
Hier komt binnenkort info

Overige handige tips

1. Informatie vinden:
Al meermaals beleefd: websites zijn vaak alleen in het Hongaars echt correct. Op de Engelse pagina staat dan bijv alleen één ticket optie of ‘we zijn dicht’ en als je naar de Hongaarse versie gaat, staat er veel meer! Als je iets echt wilt weten betaalt het dus uit om zelf stukjes van de Hongaarse website die je wilt weten te vertalen via Google translate, ter plekke even te vragen hoe het echt zit, of ons een berichtje te sturen! We helpen je graag.

2. In het centrum zie je ze geregeld lopen: ogenschijnlijk hele oude vrouwtjes die met hoofddoek om krom door de straten ziet schuifelen en om geld bedelen. Spoiler alert: ze zijn hartstikke nep… Ze lopen met hun neus op de grond, maar zijn als je goed kijkt zie je dat het jonge vrouwen zijn die al het geld vervolgens naar hun ‘baas’ moeten brengen bij een verzamelpunt.

3. Kom je met de auto: een Vignet koop je bij het benzinestation op de grens of eentje verderop. Voor 10 dagen kost dit maar 10 euro. Ook als je korter blijft, kun je dit dus prima aanschaffen.